ECLI:NL:HR:2008:BG4264
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering jeugddetentie wegens overschrijding redelijke termijn
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie behandeld en geconcludeerd dat het middel geen cassatiegrond oplevert.
Wel is ambtshalve vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden, aangezien meer dan zestien maanden zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde jeugddetentie van 15 maanden naar 14 maanden.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de jeugddetentie en wijzigt deze in die zin. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 23 december 2008.
Uitkomst: De opgelegde jeugddetentie wordt verminderd van 15 naar 14 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.