ECLI:NL:PHR:2008:BG4264

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
23 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/12303
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt strafoplegging van vijftien maanden jeugddetentie na vernietiging eerdere straf

De verdachte werd door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld voor vijf gevallen van gekwalificeerde diefstal. De Hoge Raad vernietigde het eerdere arrest uitsluitend vanwege de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde strafoplegging. Het hof veroordeelde de verdachte vervolgens tot vijftien maanden jeugddetentie.

De verdachte stelde cassatie in tegen de motivering van het hof omtrent de strafoplegging, met name over het niet opleggen van een voorwaardelijk strafdeel dat begeleiding of therapie mogelijk zou maken. Het hof had overwogen dat een dergelijk voorwaardelijk strafdeel niet meer aan de orde was gezien de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De Hoge Raad oordeelde dat deze overweging niet onbegrijpelijk is en dat het hof hiermee tot uitdrukking bracht dat begeleiding of therapie voor de verdachte een gepasseerd station is. De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde daarmee het arrest van het hof.

Het hof had bovendien een kennelijke verschrijving in de term 'gevangenisstraf' hersteld naar 'jeugddetentie'. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging van het arrest en wees het beroep af.

Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling tot vijftien maanden jeugddetentie zonder voorwaardelijk strafdeel.

Conclusie

Nr. 07/12303
Mr. Schipper
Zitting: 11 november 2008
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch bij arrest van 3 oktober 2005 wegens - kort samengevat - vijf gevallen van gekwalificeerde diefstal veroordeeld tot straf. De Hoge Raad heeft deze uitspraak bij arrest van 5 juni 2007 vernietigd, doch uitsluitend wat betreft de strafoplegging, en heeft de zaak terug gewezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, opdat de zaak in zoverre opnieuw zou worden berecht en afgedaan. Het Gerechtshof te 's-Hertgenbosch heeft de verdachte vervolgens bij arrest van 6 augustus 2007 veroordeeld tot vijftien maanden jeugddetentie.(1)
2. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. E.H.C.K. Reijans, advocaat te Echt, één middel van cassatie voorgesteld.
3. In het middel wordt geklaagd over 's Hofs de motivering van de aan de verdachte opgelegde straf.
4. Ter motivering van de aan de verdachte opgelegde straf heeft het Hof in de bestreden uitspraak onder meer overwogen: "Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof tot het oordeel gekomen dat het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel teneinde enige vorm van begeleiding of therapie mogelijk te maken, gelet op alles wat over de persoon van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden thans bekend is, niet meer aan de orde is". In de toelichting op het middel wordt betoog dat deze overweging onbegrijpelijk is, omdat de advocaat-generaal en de raadsman niet tot het oordeel zijn gekomen dat een voorwaardelijk strafdeel niet meer aan de orde is, getuige de omstandigheid dat de advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot achttien maanden jeugddetentie waarvan tien maanden voorwaardelijk en de raadsman zich aan deze vordering heeft gerefereerd.
5. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het Hof met de in het middel gewraakte overweging tot uitdrukking willen brengen dat hij met de advocaat-generaal en de raadsman van oordeel is dat, gelet op de door het Hof genoemde factoren, enige vorm van begeleiding of therapie voor de verdachte een gepasseerd station is, en dat daarom het opleggen van een voorwaardelijk strafdeel om een dergelijke begeleiding of therapie mogelijk te maken niet aan de orde is. Aldus gelezen is de gewraakte overweging van het Hof niet in tegenspraak met de omstandigheid dat de advocaat-generaal achttien maanden jeugddetentie waarvan tien maanden voorwaardelijk heeft gevorderd, aan welke vordering de raadsman zich heeft gerefereerd.
6. Het middel faalt en kan worden afgedaan met de in art. 81 RO Pro bedoelde motivering. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
7. Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Het Hof heeft in de in de bestreden uitspraak het woord "gevangenisstraf" gebezigd. Bij herstelarrest van 21 augustus 2007 heeft het Hof deze kennelijke verschrijving hersteld, in die zin dat voor "gevangenisstraf" dient te worden gelezen "jeugddetentie".