ECLI:NL:HR:2008:BF0191
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Vermindering geldboete wegens overschrijding redelijke termijn in belastingstrafzaak
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk in valse vorm beschikbaar stellen van gegevens aan de Belastingdienst, in strijd met artikel 47, 68 en 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
Het hof verwierp het verweer van de verdediging dat de verplichting tot het verstrekken van gegevens niet zou bestaan op grond van recente jurisprudentie over de bewijslast in belastingprocedures. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de genoemde arresten slechts betrekking hebben op de bewijslast en niet op de verplichting tot het verstrekken van gegevens zoals bedoeld in artikel 47 AWR Pro.
De Hoge Raad vernietigde de strafoplegging uitsluitend vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro en verminderde de opgelegde geldboete en de duur van de vervangende hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De geldboete werd verminderd tot € 42.750,- en de vervangende hechtenis tot 342 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.