ECLI:NL:HR:2008:BD7600

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07/13590
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling en faillissementsverklaring bevestigd door Hoge Raad

De rechtbank Amsterdam heeft op 4 november 2005 de schuldsaneringsregeling definitief toegepast op de schuldenaren, met benoeming van een rechter-commissaris en bewindvoerder. Later heeft de rechter-commissaris een voordracht ingediend tot beëindiging van deze regeling. Na mondelinge behandeling heeft de rechtbank op 26 september 2007 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en de schuldenaren failliet verklaard, met benoeming van een curator.

De schuldenaren gingen in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, dat bij arrest van 11 december 2007 het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Tegen dit arrest is cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was, omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beëindiging van de schuldsaneringsregeling en faillissementsverklaring blijven in stand.

Uitspraak

10 oktober 2008
Eerste Kamer
07/13590
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te Amsterdam,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker 1] en [verzoekster 2], gezamenlijk als de schuldenaren.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van 4 november 2005 heeft de rechtbank Amsterdam ten aanzien van de schuldenaren de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van een rechter-commissaris en met aanstelling van een bewindvoerder.
De rechter-commissaris heeft bij de rechtbank aldaar een voordracht tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft de rechtbank bij vonnis van 26 september 2007 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd en de schuldenaren in staat van faillissement verklaard met benoeming van een rechter-commissaris en een curator.
Tegen dit vonnis hebben de schuldenaren hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Na mondelinge behandeling van de zaak heeft het hof bij arrest van 11 december 2007 de beslissing waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben de schuldenaren beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 oktober 2008.