ECLI:NL:HR:2008:BD6028

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C07/100HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering Brampton tegen Allianz wegens verzwijging verleden aandeelhouders

Brampton Limited heeft Allianz Nederland Schadeverzekering N.V. gedagvaard en gevorderd om een bedrag van US$ 1.100.923,- te betalen op grond van een verzekeringsovereenkomst. De rechtbank wees de vordering af en het gerechtshof bevestigde dit oordeel in hoger beroep. Brampton stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van Brampton verworpen. De klachten die Brampton aanvoerde, konden niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad oordeelde dat gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De zaak betrof het verzekeringsrecht en het indemniteitsbeginsel, waarbij de verzwijging van het verleden van aandeelhouders door de verzekeringnemer centraal stond. De Hoge Raad bevestigde de eerdere uitspraken en veroordeelde Brampton in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van Allianz nihil werden begroot.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Brampton wordt verworpen en de eerdere afwijzing van de vordering bevestigd.

Uitspraak

12 september 2008
Eerste Kamer
Nr. C07/100HR
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
BRAMPTON LIMITED,
gevestigd te Anguilla, British West Indies,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M. Ynzonides,
t e g e n
ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als Brampton en Allianz.
1. Het geding in feitelijke instanties
Brampton heeft bij exploot van 17 augustus 2001 Allianz (Royal Nederland Schadeverzekeringen N.V. is rechtsvoorgangster van Allianz) gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd, kort gezegd, Allianz te veroordelen om aan Brampton uit hoofde van de in de dagvaarding omschreven verzekeringsovereenkomst te betalen een bedrag van US$ 1.100.923,--, althans de tegenwaarde daarvan in Nederlandse courant dan wel Euro's, met rente en kosten.
Allianz heeft de vordering bestreden.
De rechtbank heeft bij vonnis van 18 december 2002 het gevorderde afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft Brampton hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 14 december 2006 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft Brampton beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen Allianz is verstek verleend.
De zaak is voor Brampton toegelicht door haar advocaat en mr. G.R. den Dekker, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Brampton in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Allianz begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren O. de Savornin Lohman, A.M.J. van Buchem-Spapens, F.B. Bakels en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 12 september 2008.