ECLI:NL:HR:2008:BD5013
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt schuld voor brand en ontploffing bij vuurwerkramp Enschede
De zaak betreft de vuurwerkramp in Enschede op 13 mei 2000, waarbij een brand en daaropvolgende explosies bij het vuurwerkbedrijf [bedrijf A] leidden tot de dood van twintig personen en grootschalige verwoestingen. De verdachte, mededirecteur en vennoot van het bedrijf, werd veroordeeld wegens feitelijke leiding aan de verboden gedragingen die hebben geleid tot de ramp.
Het hof stelde vast dat het vuurwerkbedrijf opzettelijk in strijd met de milieuvergunningen handelde door opslag van vuurwerk in niet-toegestane ruimten, onvoldoende brandpreventieve maatregelen te treffen en meer en zwaarder vuurwerk op te slaan dan toegestaan, waaronder massa-explosief materiaal zoals titaniumshells. De verdachte had kennis of had moeten hebben van deze overtredingen en de gevaren daarvan.
De herzieningsaanvraag betrof nieuwe feiten en onderzoeken die de oorzaak en omvang van de ramp anders zouden kunnen verklaren, zoals het pyrolyseproces in container E2 en de vraag of titaniumshells massa-explosief gedrag vertoonden. De Hoge Raad oordeelde dat deze nieuwe omstandigheden geen novum opleveren dat tot vrijspraak of niet-ontvankelijkheid zou leiden, en bevestigde dat de schuld van de verdachte en het bedrijf aan de ramp vaststaat.
De Hoge Raad benadrukte dat de verdachte als professioneel ondernemer de plicht had de veiligheidsvoorschriften strikt na te leven en dat nalatigheid en onzorgvuldigheid niet kunnen worden gerechtvaardigd door onwetendheid over de werkelijke gevaren. De aanvraag tot herziening werd daarom afgewezen en de veroordeling gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de herzieningsaanvraag af en bevestigt de veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf van één jaar wegens feitelijke leiding aan de vuurwerkramp in Enschede.