ECLI:NL:HR:2008:BD0448
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ongeldige aanzegging en niet tijdig indienen cassatiemiddel
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het middel van cassatie richt zich op de geldigheid van de betekening van de aanzegging zoals bedoeld in artikel 435, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De Hoge Raad oordeelt dat de klacht niet ziet op een handeling of beslissing van een rechter zoals vereist in artikel 78, eerste lid, van de Wet op de Rechterlijke Organisatie. Hierdoor kan de klacht niet worden aangemerkt als een middel van cassatie in de zin van artikel 437, tweede lid, Sv.
Daarnaast is het cassatiemiddel niet binnen de wettelijke termijn door een raadsman ingediend, waardoor niet is voldaan aan de vereisten voor ontvankelijkheid. De Hoge Raad verklaart daarom het beroep van de verdachte niet-ontvankelijk en wijst het beroep af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het cassatieberoep wegens niet-tijdige indiening en ongeldige aanzegging.