ECLI:NL:HR:2008:BD0181
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek afkoopsom alimentatie ex-samenwonenden geen discriminatie
Belanghebbende had van 1989 tot eind 1999 een gezamenlijke huishouding gevoerd met een ex-partner zonder huwelijk of geregistreerd partnerschap, maar met een samenlevingscontract. Na beëindiging van de relatie betaalde hij in 2000 een afkoopsom van ƒ 100.000 voor een onderhoudsverplichting.
Het hof oordeelde dat deze afkoopsom aftrekbaar was en dat het verschil in fiscale behandeling tussen ex-echtgenoten en ex-samenwonenden een ongeoorloofde discriminatie vormde. De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad overwoog dat de wetgever de aftrekbeperking bewust heeft beperkt tot gevallen met formele relatievormen zoals huwelijk en geregistreerd partnerschap, om manipulatie tegen te gaan. Het verschil in behandeling is gerechtvaardigd door het ontbreken van vormvoorschriften bij ongehuwd samenwonen, waardoor fiscale misbruikmogelijkheden groter zijn.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verklaarde het beroep tegen de uitspraak van de Inspecteur ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verklaart het beroep tegen de aanslag ongegrond, waarbij het verschil in fiscale behandeling geen ongeoorloofde discriminatie inhoudt.