ECLI:NL:HR:2008:BC9347

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 mei 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08/00953
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROWet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Verwijzingen
4 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis afgewezen in cassatie

De zaak betreft een verzoek tot voorlopige machtiging voor opname en verblijf van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis, ingediend door de officier van justitie op basis van een medische verklaring van een onafhankelijke psychiater.

De rechtbank heeft na hoorzitting van betrokkene, diens advocaat en de behandelend psychiater op 3 december 2007 de voorlopige machtiging voor zes maanden verleend. Betrokkene stelde hiertegen beroep in cassatie bij de Hoge Raad.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd, waarmee de voorlopige machtiging rechtsgeldig bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis is verworpen.

Uitspraak

16 mei 2008
Eerste Kamer
Nr. 08/00953
RM/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later,
t e g e n
DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als betrokkene.
1. Het geding in feitelijke instantie
De officier van justitie in het arrondissement Amsterdam heeft op 27 november 2007, onder overlegging van een op 23 november 2007 ondertekende geneeskundige verklaring van een niet bij de behandeling betrokken psychiater, een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging om betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis te doen opnemen en verblijven.
Nadat de rechtbank betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat, alsmede de behandelend psychiater op 3 december 2007 had gehoord, heeft zij bij beschikking van diezelfde datum de verzochte voorlopige machtiging verleend voor de duur van zes maanden.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitsproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 mei 2008.