ECLI:NL:HR:2008:BC8871
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herzieningsverzoek tenuitvoerlegging vervangende hechtenis
De zaak betreft een verzoek tot herziening van de beslissing tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis opgelegd door het Gerechtshof Amsterdam in 2003. De aanvrager stelt dat het verlof voor tenuitvoerlegging onterecht is verleend omdat de beslissing gebaseerd zou zijn op valse of bedrieglijke informatie over de mogelijkheid tot verhaal van de opgelegde schadevergoedingsverplichting.
De Hoge Raad overweegt dat de beslissing tot tenuitvoerlegging, genomen door het Openbaar Ministerie of het Centraal Justitieel Incassobureau, geen einduitspraak van een rechter inhoudt zoals bedoeld in artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan het verzoek tot herziening niet worden ontvangen.
Uiteindelijk verklaart de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk. Dit arrest bevestigt de beperkte reikwijdte van herzieningsmogelijkheden en benadrukt dat beslissingen van het OM of CJIB tot tenuitvoerlegging niet als rechterlijke einduitspraak gelden.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de beslissing tot tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis wordt niet-ontvankelijk verklaard.