ECLI:NL:HR:2008:BC6743
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest hof wegens onjuiste maatstaf bij afwijzing verzoek tot horen getuige
In deze strafzaak was de verdachte in hoger beroep veroordeeld door het hof te 's-Gravenhage voor meerdere overtredingen van de Opiumwet. Tijdens de terechtzitting verzocht de raadsman van de verdachte het hof om een ter terechtzitting meegebrachte getuige te horen, die een schriftelijke verklaring wilde bevestigen. Het hof wees dit verzoek af met de motivering dat de noodzaak daartoe niet was gebleken.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof een onjuiste maatstaf had toegepast bij de afwijzing van het verzoek. Volgens artikel 288, eerste lid, onder b en c van het Wetboek van Strafvordering kan een dergelijk verzoek alleen worden afgewezen indien het gegronde vermoeden bestaat dat het welzijn van de getuige in gevaar komt of als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat het openbaar ministerie of de verdachte in zijn verdediging wordt geschaad.
Omdat het hof niet op deze gronden had beslist, maar op het criterium van 'noodzaak', vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting. De overige middelen behoefden geen bespreking.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.