ECLI:NL:HR:2008:BC6731
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep verworpen in zaak feitelijk leidinggeven zonder vergunning exploitatie speelautomaten
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd strafbaar verklaard voor feitelijk leidinggeven aan het zonder vergunning exploiteren van speelautomaten door een vereniging. Het hof stelde vast dat de vereniging in de periode januari tot februari 1997 speelautomaten exploiteerde zonder vergunning van de Minister van Economische Zaken, hetgeen verboden is volgens artikel 30h van de Wet op de kansspelen.
De bewijsvoering bestond uit politieprocessen-verbaal, verklaringen van verdachte, medeverdachte en getuigen, alsmede administratieve documenten en een brief van het Ministerie van Economische Zaken. Uit deze stukken bleek dat de speelautomaten bedrijfsmatig werden gebruikt en dat de verdachte als secretaris en penningmeester betrokken was bij de aan- en verkoop en exploitatie.
Verdachte voerde in cassatie aan dat hij geen opzet had omdat hij een brief van het ministerie had ontvangen en dacht vrijstelling te hebben van de gemeente. De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze omstandigheden juist had beoordeeld en dat het opzettelijk handelen van verdachte niet onbegrijpelijk was. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en handhaafde het hofarrest waarin geen straf werd opgelegd.
Deze uitspraak bevestigt dat het feitelijk leidinggeven aan het zonder vergunning exploiteren van speelautomaten strafbaar is en dat onwetendheid over vergunningplicht niet tot vrijspraak leidt. De zaak benadrukt het belang van vergunningen bij kansspelautomaten en de reikwijdte van artikel 30h van de Wet op de kansspelen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het hofarrest wordt gehandhaafd waarbij verdachte strafbaar is verklaard zonder strafoplegging.