ECLI:NL:HR:2008:BC0782
Hoge Raad
- Cassatie
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens medeplegen oplichting met valse betaalopdracht
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van oplichting, waarbij hij samen met anderen gebruik maakte van briefpapier van KPN om een bank te bewegen een groot geldbedrag over te maken op basis van een valse betaalopdracht.
Verdachte stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof te Leeuwarden van 13 juli 2006. Zijn advocaat diende een middel van cassatie in, dat door de Advocaat-Generaal werd verworpen.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat het middel niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt. Ook zag de Hoge Raad geen reden om ambtshalve de bestreden uitspraak te vernietigen.
Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef het arrest van het hof in stand. De uitspraak werd gedaan door de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, W.A.M. van Schendel en J.W. Ilsink op 15 januari 2008.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.