ECLI:NL:HR:2007:BB6202

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 december 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R07/063HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67 lid 1 FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping beroep tegen sluiting verificatievergadering door rechter-commissaris in faillissement

In deze zaak staat de sluiting van de verificatievergadering centraal, welke door de rechter-commissaris werd bevolen na vaststelling dat geen geschikte kandidaten voor de commissie van schuldeisers waren aangedragen in het faillissement van betrokkene. Verzoekers dienden na het verstrijken van de termijn van artikel 67 lid 1 Faillissementswet Pro een beroepschrift in tegen deze beslissing.

De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, waarna de verzoekers cassatie instelden bij de Hoge Raad. De Hoge Raad overwoog dat de klachten van de verzoekers niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee de beslissing van de rechtbank. De uitspraak benadrukt de ontvankelijkheidseisen en de procedurele regels rondom het indienen van beroep tegen beslissingen van de rechter-commissaris in faillissementen.

Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van de verificatievergadering door de rechter-commissaris wordt verworpen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitspraak

7 december 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R07/063HR
MK/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
1. [Verzoekster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. [Verzoekster 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
3. [Verzoeker 3],
wonende te [woonplaats],
4. SUNRAY (AMSTELVEEN) BELEGGINGEN B.V.,
gevestigd te Amstelveen,
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. M. Bouman.
Verzoekers zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij beschikking van 15 februari 2007 heeft de rechter-commissaris in het bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 12 september 1995 uitgesproken faillissement van [betrokkene 1] geconstateerd dat geen geschikte kandidaten voor de commissie van schuldeisers zijn aangedragen en heeft, gelet daarop, de verificatievergadering gesloten.
Met een op 21 februari 2007 per fax, en op 22 februari 2007 per post, ter griffie van de rechtbank Amsterdam ingediend beroepschrift hebben [verzoeker] c.s. beroep aangetekend tegen de door de rechter-commissaris genomen beslissing.
De rechtbank heeft bij beschikking van 14 maart 2007 [verzoeker] c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun beroep.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoeker] c.s. heeft bij brief van 5 november 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 december 2007.