ECLI:NL:HR:2007:BB5550
Hoge Raad
- Cassatie
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep derde in faillissementsprocedure
Met een verzoekschrift heeft een betrokkene de rechtbank Maastricht verzocht Qnow Beheer B.V. in staat van faillissement te verklaren. De rechtbank heeft dit verzoek toegewezen, waarna Qnow hoger beroep instelde bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Tijdens het hoger beroep trok de verzoeker het faillissementsverzoek in. GIN c.s., stellende schuldeisers te zijn, hebben zich als partij in het hoger beroep gemeld en verzocht het vonnis van de rechtbank te bekrachtigen.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees het faillissementsverzoek af. GIN c.s. stelden cassatieberoep in tegen dit arrest. De Hoge Raad oordeelde dat GIN c.s. niet tot de schuldeisers of belanghebbenden als bedoeld in artikel 12 lid 1 juncto Pro artikel 10 Faillissementswet Pro behoren, omdat zij zelf geen faillissementsverzoek hadden ingediend en geen verzet hadden aangetekend tegen de faillietverklaring.
Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in de Faillissementswet verhindert dat derden die niet schuldeiser of belanghebbende zijn, in cassatie kunnen komen. Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep van GIN c.s. niet-ontvankelijk en veroordeelde hen in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van GIN c.s. is niet-ontvankelijk verklaard vanwege het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in de Faillissementswet.