ECLI:NL:HR:2007:BB3445
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onvoldoende gemotiveerde redelijke schatting omzetbelasting
Belanghebbende kreeg naheffingsaanslagen opgelegd in de loonbelasting/premie volksverzekeringen over 1997-2001 en in de omzetbelasting over 1997-2000, met daarbij boetes en verhogingen. Na bezwaar en beroep verklaarde het hof het beroep ongegrond, vernietigde ambtshalve de boetebeschikkingen en verminderde de boetes. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte aannam dat de correcties bij de naheffingsaanslag omzetbelasting op een redelijke schatting berusten zonder de vraag te beantwoorden of een winstopslag bij de berekening van de correctie wegens niet-aangegeven omzet moest worden toegepast. Hierdoor is het hofarrest onvoldoende gemotiveerd en wordt het vernietigd voor zover het de omzetbelasting betreft.
Verder constateerde de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure, waardoor de boetes in de loonbelasting/premie volksverzekeringen worden verminderd met tien procent. De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
De Hoge Raad veroordeelt de Staat tot vergoeding van de griffierechten en proceskosten aan belanghebbende. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren op 14 september 2007.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd voor de omzetbelasting en de boetes in de loonbelasting verminderd met verwijzing naar het gerechtshof.