ECLI:NL:HR:2007:BB2959
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep tegen verstekvonnis wegens overtreding APV
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de Kantonrechter te 's-Gravenhage voor overtreding van artikel 76A van de Algemene Plaatselijke Verordening van Den Haag (APV-HAAG82). De veroordeling betrof een geldboete van vijftig euro, subsidiair een dag hechtenis. Na het instellen van verzet werd de verdachte bij hetzelfde vonnis van 20 februari 2006 opnieuw veroordeeld. Het vonnis werd bij verstek gewezen, waarna het verzet op grond van artikel 402, eerste lid, oud Strafvorderlijk Wetboek, als vervallen werd verklaard.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De waarnemend Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen aanleiding bestond om ambtshalve te vernietigen. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwierp daarom het cassatieberoep en bevestigde het bestreden vonnis. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 16 oktober 2007.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het verstekvonnis bevestigd.