Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2007:BA7924

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 oktober 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
02925/06
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • J.W. Ilsink
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 77c SrArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie over voorwaardelijk opzet en medeplegen bij stoeptegelmoord

In deze strafzaak stond de zogenaamde Rijswijkse stoeptegelmoord centraal. De verdachte werd door het hof veroordeeld voor het veroorzaken van het overlijden van het slachtoffer door een stoeptegel, waarbij sprake was van voorwaardelijk opzet en medeplegen. Het hof verwierp de toepassing van art. 77c Sr, dat strafrechtelijke toepassing op minderjarigen regelt, op personen tussen 18 en 21 jaar.

De verdachte en het Openbaar Ministerie stelden cassatieberoepen in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad beoordeelde de middelen van cassatie en concludeerde dat deze niet tot vernietiging konden leiden. Het hof had de juiste maatstaf toegepast bij de beoordeling van medeplegen en het oordeel was niet onbegrijpelijk.

De Hoge Raad wees het beroep van verdachte en OM af en bevestigde daarmee het arrest van het hof. Er waren geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het vonnis. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren op 2 oktober 2007.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het arrest van het hof waarin verdachte werd veroordeeld voor voorwaardelijk opzet en medeplegen bij de stoeptegelmoord.

Uitspraak

2 oktober 2007
Strafkamer
nr. 02925/06
KM/RR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 maart 2006, nummer 22/004131-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in het Penitentiair Complex "Scheveningen" te 's-Gravenhage.
1. Geding in cassatie
De beroepen zijn ingesteld door de verdachte en de Advocaat-Generaal bij het Hof.
Namens de verdachte heeft mr. A.H. Westendorp, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal bij het Hof heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van de middelen van de verdachte en van de Advocaat-Generaal bij het Hof
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dat behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Slotsom
Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad ook geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, moeten de beroepen worden verworpen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt de beroepen.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren J.W. Ilsink en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 2 oktober 2007.