ECLI:NL:HR:2007:BA7670

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
02313/06
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 432 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van cassatieberoep wegens bekendheid met terechtzitting

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 25 september 2007 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van een cassatieberoep van verdachte. Het cassatieberoep was ingesteld tegen een verstekarrest van het Gerechtshof Amsterdam van 13 oktober 2005. Uit een door de raadsman van verdachte verzonden faxbericht bleek dat verdachte vooraf op de hoogte was van de terechtzitting, maar noch hijzelf noch zijn raadsman was aanwezig.

De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 432, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering, een verdachte die vooraf bekend was met de terechtzitting maar niet verschijnt, niet-ontvankelijk is in het cassatieberoep. De raadsman had het hof geïnformeerd dat zij niet aanwezig zouden zijn en verzocht het hof recht te doen op de stukken.

Op basis van deze feiten verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Corstens en raadsheren de Savornin Lohman en van Schendel.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens vooraf bekende terechtzitting en afwezigheid.

Uitspraak

25 september 2007
Strafkamer
nr. 02313/06
RR/SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 oktober 2005, nummer 23/000612-05, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. P.J. Stronks, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1.1. Bij de stukken van het geding bevindt zich een aan het Hof gericht faxbericht, inhoudende:
"Inzake: [verdachte] / OM (appèl)
(...)
Uw ref: parketnr. 23/000612-05
Amsterdam, 13 oktober 2005
Geachte heer/mevrouw,
In bovengenoemde zaak welke hedenmiddag dient om 14:45 bij uw Hof in de 19e kamer deel ik u mede dat ondergetekende noch cliënt ter zitting aanwezig zal zijn.
Vriendelijk verzoek ik u recht te doen op de stukken.
In vertrouwen u hiermee naar behoren te hebben bericht, teken ik,
met vriendelijke groet,"
2.1.2. Onder dat faxbericht is de naam van de raadsman van de verdachte vermeld en een - onleesbare - handtekening.
2.2. Blijkens de stukken is het beroep in cassatie ingesteld op 17 mei 2006, zodat de verdachte - nu uit het hiervoor weergegevene moet worden afgeleid dat de verdachte te voren bekend was met de terechtzitting van het Hof van 13 oktober 2005 - ingevolge art. 432, eerste lid aanhef en onder c, Sv in het beroep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.A.M. van Schendel, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.J. Verhoeven, en uitgesproken op 25 september 2007.