ECLI:NL:HR:2007:BA7670
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van cassatieberoep wegens bekendheid met terechtzitting
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 25 september 2007 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van een cassatieberoep van verdachte. Het cassatieberoep was ingesteld tegen een verstekarrest van het Gerechtshof Amsterdam van 13 oktober 2005. Uit een door de raadsman van verdachte verzonden faxbericht bleek dat verdachte vooraf op de hoogte was van de terechtzitting, maar noch hijzelf noch zijn raadsman was aanwezig.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 432, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering, een verdachte die vooraf bekend was met de terechtzitting maar niet verschijnt, niet-ontvankelijk is in het cassatieberoep. De raadsman had het hof geïnformeerd dat zij niet aanwezig zouden zijn en verzocht het hof recht te doen op de stukken.
Op basis van deze feiten verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte niet-ontvankelijk. De uitspraak werd gedaan door de vice-president Corstens en raadsheren de Savornin Lohman en van Schendel.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens vooraf bekende terechtzitting en afwezigheid.