ECLI:NL:PHR:2007:BA7670
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens voorafgaande kennis terechtzitting
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor overtreding van artikel 21 van Pro het RVV 1990 en een geldboete opgelegd. Tegen dit vonnis is door de raadsman van verdachte cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad moest eerst beoordelen of het cassatieberoep ontvankelijk was. Uit een faxbericht dat de raadsman vóór de terechtzitting aan het hof had gezonden, bleek dat verdachte en zijn raadsman op de hoogte waren van de zitting van 13 oktober 2005, maar niet aanwezig zouden zijn. Dit faxbericht werd door het hof opgevat als een omstandigheid dat verdachte vooraf van de zitting wist.
Omdat verdachte niet aanwezig was en het beroep in cassatie pas tot 28 oktober 2005 kon worden ingesteld, oordeelde het hof dat het beroep te laat was ingesteld. De Hoge Raad onderschreef dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Hierdoor kon de inhoudelijke behandeling van het cassatiemiddel niet plaatsvinden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens voorafgaande kennis van de terechtzitting.