ECLI:NL:HR:2007:BA7665

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
02132/06
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • B.C. de Savornin Lohman
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 SvArt. 27 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest hof wegens ontbreken motivering strafoplegging bij diefstal met braak

In deze strafzaak werd de verdachte door het hof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden wegens diefstal met braak en inklimming. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, waarbij hij betoogde dat het hof niet had voldaan aan de motiveringsplicht zoals vereist in artikel 359, zesde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof in strijd met dit artikel had verzuimd de redenen te geven die specifiek hebben geleid tot de keuze voor een vrijheidsbenemende straf. Hierdoor ontbrak een essentiële motivering in het arrest, wat een schending van de procesregels inhoudt.

De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de strafoplegging betrof en wees de zaak terug naar het hof Amsterdam om opnieuw uitspraak te doen over de strafoplegging. De overige onderdelen van het arrest bleven in stand. Hiermee werd het belang van een deugdelijke motivering bij strafoplegging onderstreept.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van de strafoplegging.

Uitspraak

25 september 2007
Strafkamer
nr. 02132/06
SY/RR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 13 juni 2006, nummer 23/000462-06, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, ten tijde van de betekening van de aanzegging uit anderen hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting "Noord-Holland Noord" te Alkmaar.
1. De bestreden uitspraak
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Alkmaar van 26 augustus 2005, voorzover aan 's Hofs oordeel onderworpen - de verdachte ter zake van 3. "diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming" veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf.
2. Geding in cassatie
Het beroep - dat kennelijk niet is gericht tegen de gegeven vrijspraak - is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad het bestreden arrest zal vernietigen, voor zover het betreft de strafoplegging, en de zaak zal terugwijzen naar het Gerechtshof te Amsterdam teneinde opnieuw over de straftoemeting te beslissen.
3. Beoordeling van het middel
3.1. Het middel behelst de klacht dat het Hof in strijd met art. 359, zesde lid, Sv heeft verzuimd in het arrest in het bijzonder de redenen op te geven die hebben geleid tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.
3.2. Het Hof heeft in de bestreden uitspraak onder het hoofd "opgelegde straffen" de oplegging van de hiervoor onder 1 vermelde straf als volgt gemotiveerd:
"Het hof:
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
Al het vorenstaande overwegende, acht het hof oplegging van de hierboven vermelde straffen passend en geboden."
3.3. Die overwegingen bevatten, in strijd met het zesde lid van artikel 359 Sv Pro, geen opgave van de redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.
3.4. Het middel is dus terecht voorgesteld.
4. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat, nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, de bestreden uitspraak, voor zover aan het oordeel van de Hoge Raad onderworpen, niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak - voor zover aan zijn oordeel onderworpen - maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te Amsterdam, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier L.J.J. Okker-Braber, en uitgesproken op 25 september 2007.