ECLI:NL:HR:2007:BA6569
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in moordzaak
De verdachte werd door het hof in hoger beroep veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf voor de moord op zijn echtgenoot, een sciencefictionschrijver met wie hij een meester-slaaf-verhouding had. Het slachtoffer werd gevonden met een plastic zak om het hoofd en een hoge concentratie slaapmiddel in het bloed. Daarnaast werden een afscheidsbrief en e-mails aangetroffen die zelfmoord en besmetting met HIV suggereerden.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot vernietiging konden leiden en verwierp deze. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in het EVRM was overschreden, wat een ambtshalve strafvermindering rechtvaardigde.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze tot elf jaar en acht maanden. Voor het overige werd het beroep verworpen. De benadeelde partij was door het hof niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering.
De uitspraak werd gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 30 oktober 2007, waarbij vijf raadsheren betrokken waren.
Uitkomst: De gevangenisstraf voor moord is verminderd tot elf jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.