ECLI:NL:HR:2007:AZ9338
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- W.A.M. van Schendel
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens ontoelaatbare grondslaguitbreiding en redelijke termijnoverschrijding
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin aan betrokkene een betalingsverplichting tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd opgelegd. Het hof had in een aanvulling op het verkorte arrest een nieuwe grondslag voor ontneming toegevoegd, namelijk voordeel verkregen uit soortgelijke feiten, die niet in het oorspronkelijke arrest was vermeld.
De Hoge Raad oordeelt dat deze uitbreiding van de grondslag in strijd is met de wettelijke voorschriften (art. 365a Sv jo. art. 138b Sv en art. 36e Sr) en dat dit een wezenlijke regel betreft waarvan veronachtzaming leidt tot nietigheid van het arrest. Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden, hetgeen een vermindering van de betalingsverplichting rechtvaardigt.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest en wijst de zaak terug aan het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting, waarbij het hof de overschrijding van de redelijke termijn dient mee te wegen bij het opleggen van de betalingsverplichting. De uitspraak is gewezen door de Strafkamer van de Hoge Raad op 8 mei 2007.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting waarbij de redelijke termijn wordt betrokken.