ECLI:NL:HR:2007:AZ9323

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C05/299HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing van vordering tot wijziging erfpachtcanon en beëindiging erfpacht

Eisers tot cassatie vorderden bij de rechtbank Rotterdam een wijziging van de erfpachtcanon tot een marktconform bedrag en subsidiair de beëindiging van de erfpachtsovereenkomst. Verweersters bestreden deze vordering en stelden een voorwaardelijke eis in reconventie.

De rechtbank wees de vordering af, hetgeen door eisers werd bestreden in hoger beroep bij het gerechtshof te 's-Gravenhage. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Tegen dit arrest stelde eisers beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Het beroep wordt verworpen en eisers worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eisers worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

27 april 2007
Eerste Kamer
Nr. C05/299HR
MK/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiseres 1],
wonende te [woonplaats],
2. [Eiser 2],
wonende te [woonplaats],
3. [Eiseres 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Eiser 4],
wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. J.C.A. Stevens,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
2. [Verweerster 2],
3. [Verweerster 3],
alle gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaat: mr. M. Ynzonides.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eisers tot cassatie - verder te noemen: [eiser c.s.] - hebben bij exploot van 12 maart 2001 verweersters in cassatie - verder te noemen: [verweerster c.s.] - gedagvaard voor de rechtbank Rotterdam en gevorderd primair de erfpacht betreffende de in de dagvaarding nader omschreven grond te wijzigen door de jaarlijkse canon te verhogen tot een marktconform, althans redelijk, bedrag en subsidiair te verklaren voor recht dat de erfpacht eindigt, althans door opzegging zal eindigen.
[Verweerster c.s.] hebben de vordering bestreden en een voorwaardelijke eis in reconventie ingesteld.
De rechtbank heeft bij vonnis van 3 oktober 2002 de vordering afgewezen.
Tegen dit vonnis hebben [eiser c.s.] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 30 juni 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser c.s.] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerster c.s.] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor [verweerster c.s.] mede door mr. D.P.F. Meerburg jr.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser c.s.] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster c.s.] begroot op € 362,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein, F.B. Bakels, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 27 april 2007.