ECLI:NL:HR:2007:AZ8850

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R06/173HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FaillissementswetArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens schending inspannings- en informatieplicht

De schuldenaar was onderworpen aan een definitieve schuldsaneringsregeling, uitgesproken door de rechtbank Amsterdam in januari 2004. De rechtbank bepaalde later dat deze regeling van kracht bleef tot januari 2007. De rechter-commissaris bracht echter een voordracht uit tot tussentijdse beëindiging van de regeling vanwege het ontstaan van nieuwe bovenmatige schulden door de schuldenaar.

De rechtbank beëindigde daarop in oktober 2006 de toepassing van de schuldsaneringsregeling. De schuldenaar stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof Amsterdam, dat het vonnis in november 2006 bevestigde. Vervolgens stelde de schuldenaar beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de schuldenaar niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens schending van de inspannings- en informatieplicht door de schuldenaar.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens schending inspannings- en informatieplicht.

Uitspraak

13 april 2007
Eerste Kamer
Rek.nr. R06/173HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats]
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij vonnis van de rechtbank te Amsterdam van 26 januari 2004 is ten aanzien van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de schuldenaar - de toepassing van de definitieve schuldsaneringsregeling uitgesproken. Bij beslissing van 30 september 2006 heeft de rechtbank voorts bepaald dat de schuldsaneringsregeling van toepassing is tot 26 januari 2007.
De rechter-commissaris heeft aan de rechtbank een voordracht gedaan tot (tussentijdse) beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling omdat de schuldenaar nieuwe bovenmatige schulden heeft laten ontstaan. Deze voordracht is door de rechtbank behandeld ter zitting van 27 september 2006.
De rechtbank heeft bij vonnis van 4 oktober 2006 de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd.
Tegen dit vonnis heeft de schuldenaar hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Na mondelinge behandeling heeft het hof bij arrest van 28 november 2006 de uitspraak waarvan beroep bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de schuldenaar beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van de schuldenaar heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A. Hammerstein en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 april 2007.