ECLI:NL:HR:2007:AZ8169

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 april 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
C06/158HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt uitleg auteursrechtelijke exploitatieovereenkomst tussen auteursrechthebbende en omroepen

In deze zaak stond de uitleg van een auteursrechtelijke exploitatieovereenkomst centraal tussen een auteursrechthebbende en meerdere omroepen, waaronder de Evangelische Omroep en VARA. Eiser vorderde betaling voor iedere minuut van openbaarmaking van televisieseries waarvan hij het auteursrecht op de vertaling of bewerking bezat.

De rechtbank Amsterdam wees de vordering af na bewijslevering en getuigenverhoor. Het gerechtshof Amsterdam bekrachtigde dit vonnis en wees het meer of anders gevorderde eveneens af. Eiser stelde daarop beroep in cassatie in.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Deze uitspraak bevestigt de uitleg van de exploitatieovereenkomst zoals door lagere instanties vastgesteld en onderstreept het belang van duidelijke afspraken over auteursrechtelijke vergoedingen bij openbaarmaking door omroepen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

20 april 2007
Eerste Kamer
Nr. C06/158HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. T.F.E. Tjong Tjin Tai,
t e g e n
1. VERENIGING TOT BEVORDERING VAN DE EVANGELIEVERKONDIGING VIA RADIO EN TELEVISIE 'DE EVANGELISCHE OMROEP',
gevestigd te Hilversum,
2. KINDERNET C.V.,
gevestigd te Bussum,
3. NEDERLANDSE CHRISTELIJKE RADIO VERENIGING,
gevestigd te Hilversum,
4. OMROEPVERENIGING VARA,
gevestigd te Hilversum,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaten: mr. H.J.A. Knijff en mr. J.C.H. van Manen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft (onder meer) verweerders in cassatie - verder gezamenlijk te noemen: EO c.s. - gedagvaard voor de rechtbank te Amsterdam en gevorderd voor recht te verklaren dat EO c.s. verplicht zijn aan hem ƒ 62,15 te betalen, althans en in ieder geval zodanig bedrag als de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren, voor iedere minuut van openbaarmaking door iedere verweerster afzonderlijk van de litigieuze series op de vertaling/bewerking waarvan het auteursrecht bij [eiser] rust.
EO c.s. hebben de vorderingen bestreden.
De rechtbank heeft bij tussenvonnis van 10 juli 2002, voor zover in cassatie van belang, [eiser] tot bewijslevering toegelaten. Na getuigenverhoor heeft de rechtbank bij eindvonnis van 30 juni 2004 het gevorderde afgewezen.
Tegen het eindvonnis heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Na een tussenarrest van 21 juli 2005 heeft het hof bij eindarrest van 23 februari 2006, voor zover in cassatie van belang, het bestreden vonnis bekrachtigd en het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
EO c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor EO c.s. mede door mr. A.P. Groen, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 februari 2007 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van EO c.s. begroot op € 367,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren E.J. Numann, A. Hammerstein, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 20 april 2007.