ECLI:NL:HR:2007:AZ5713
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Cassatie over opzet bij medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin hij is veroordeeld voor medeplegen van het wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd houden van twee slachtoffers in de periode van 17 tot en met 22 november 1998.
Het hof heeft bewezen verklaard dat verdachte als bestuurder van een bestelbus betrokken was bij het vastbinden, knevelen en afplakken van de slachtoffers, die vervolgens werden meegenomen. Dit is onderbouwd met verklaringen van verdachte zelf, getuigenverklaringen, proces-verbalen van de Rechter-Commissaris en politie, en verklaringen van medeverdachten.
Verdachte voerde in cassatie aan dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat hij op de hoogte was van de kneveling van de slachtoffers, maar de Hoge Raad stelt dat voor medeplegen niet vereist is dat verdachte op de hoogte is van alle precieze gedragingen van mededaders. Gezien zijn positie als bestuurder moest hij volgens het hof hebben gezien dat de slachtoffers gekneveld waren.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel faalt en verwerpt het beroep, waarmee de veroordeling van achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot achttien maanden gevangenisstraf, waarvan zes voorwaardelijk, blijft in stand.