ECLI:NL:HR:2007:AZ4756
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering afwijzing verzoek getuigenverhoor in hoger beroep
De verdachte werd in hoger beroep door het hof Arnhem veroordeeld voor verduistering van een boottrailer die hij in bruikleen had gekregen maar niet had teruggebracht. Tijdens de behandeling in hoger beroep verzocht de raadsman van de verdachte om aanhouding van de zaak om getuigen te horen, waaronder de aangever en door de politie verhoorde getuigen, omdat de verdachte de gedane verklaringen betwistte en de confrontatie wilde aangaan.
Het hof wees dit verzoek af zonder te motiveren aan de hand van welke maatstaf dit gebeurde. De Hoge Raad oordeelde dat het verzoek ex art. 331 lid 1 in Pro verbinding met art. 328 Sv Pro is en dat de maatstaf voor het toewijzen ervan is of de noodzaak daarvan is gebleken. Omdat het hof niet had aangegeven welke maatstaf het hanteerde en de motivering ontoereikend was, werd het middel gegrond verklaard.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep, waarbij het hof het verzoek tot het horen van getuigen opnieuw moet beoordelen en motiveren. De strafrechtelijke feiten betreffen verduistering van een boottrailer die in bruikleen was gegeven maar niet was teruggebracht, met diverse verklaringen van de benadeelde partijen en getuigen als bewijsmiddelen.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de afwijzing van het verzoek tot het horen van getuigen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.