ECLI:NL:HR:2007:AZ4568
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Vordering curator wegens weigering medewerking gefailleerde aan nalatenschapsafwikkeling
De curator in het faillissement van eiser vorderde bij de rechtbank dat eiser werd veroordeeld tot het afgeven van alle goederen die hij aanspraak op maakte uit de nalatenschap van zijn overleden moeder. Tevens werd gevorderd dat eiser alle noodzakelijke rechtshandelingen verricht om de vermogensbestanddelen van de nalatenschap aan de boedel af te geven, en dat de curator als vertegenwoordiger werd aangewezen indien eiser weigerde mee te werken.
Eiser voerde een exceptie van onbevoegdheid aan en bestreed de vordering inhoudelijk. De rechtbank verklaarde zich bevoegd en wees de vordering toe. Het hof bekrachtigde dit oordeel. Tegen dit arrest stelde eiser cassatieberoep in.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Deze uitspraak bevestigt de bevoegdheid van de Nederlandse rechter om te oordelen over vorderingen van een curator in faillissement betreffende medewerking aan de afwikkeling van een buitenlandse nalatenschap ten behoeve van de boedel.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vordering van de curator wordt bevestigd.