ECLI:NL:HR:2007:AZ0663
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Herzieningsaanvraag ingetrokken wegens niet-tijdige indiening na EHRM-uitspraak
De zaak betreft een herzieningsaanvraag van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarbij de aanvrager was veroordeeld voor medeplegen van zware mishandeling, poging daartoe, medeplegen van opzettelijke ontploffing, bedreiging en medeplegen van oplichting.
De herzieningsaanvraag is gebaseerd op een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) waarin werd vastgesteld dat artikel 8 EVRM Pro was geschonden in de strafzaak tegen de aanvrager. Volgens artikel 457 lid 1 onder Pro 3 Sv en artikel 458 lid 2 Sv Pro moet een dergelijke aanvraag binnen drie maanden na het bekend worden van de EHRM-uitspraak worden ingediend.
De Hoge Raad achtte zich onvoldoende ingelicht over de tijdigheid van de aanvraag en sommeerde de aanvrager en zijn raadsman te verschijnen op de openbare terechtzitting. Tijdens deze zitting liet de raadsman weten dat de aanvraag niet tijdig was ingediend en trok hij de aanvraag in.
De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd dat de aanvraag zou worden afgewezen. De Hoge Raad verstaat de intrekking en verklaart de aanvraag daarmee niet-ontvankelijk. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en vier raadsheren op 20 februari 2007.
Uitkomst: De herzieningsaanvraag is ingetrokken wegens niet-tijdige indiening en daarmee niet-ontvankelijk verklaard.