ECLI:NL:HR:2007:AY7199
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering monumentaal Marinecomplex voor Wet WOZ
Belanghebbende, eigenaar van het Marinecomplex aan de Kattenburgerstraat te Amsterdam, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde voor de jaren 2001-2004. Na een eerste beschikking van bijna 41,2 miljoen euro werd deze door de gemeentelijke belastingdienst bij uitspraak verlaagd naar circa 40,1 miljoen euro. Het hof verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarbij het monumentale gedeelte van het complex apart werd gewaardeerd volgens artikel 17, lid 2 van de Wet WOZ, en het overige gedeelte volgens lid 3.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad overwoog dat het Marinecomplex als één onroerende zaak moet worden aangemerkt volgens artikel 16 van Pro de Wet WOZ, terwijl het monumentale deel is geregistreerd als beschermd monument volgens de Monumentenwet 1988. Het hof had terecht geoordeeld dat de waardering van het monumentale deel en het overige deel op verschillende wettelijke gronden moest plaatsvinden.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde daarmee het oordeel van het hof. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. Het arrest werd uitgesproken door raadsheren Monné, van Maanen en Tijnagel op 30 maart 2007.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt de waardering van het Marinecomplex door het hof.