ECLI:NL:HR:2007:AX6316
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P.J. van Amersfoort
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over vorming Kopiepot en toepassing artikel 9a Wet IB 1964 bij pensioenvoorzieningen
Belanghebbende, moedervennootschap van een fiscale eenheid, vormde een voorziening genaamd de Kopiepot ter grootte van extra reserves van bedrijfspensioenfondsen voor pensioenverplichtingen bij gedispenseerde werkgevers. Het hof oordeelde dat goed koopmansgebruik de vorming van de Kopiepot toestaat, maar dat artikel 9a Wet IB 1964 gedeeltelijk van toepassing is, waardoor een deel van de voorziening moest worden verminderd.
De Hoge Raad stelt vast dat de Kopiepot uiteindelijk aan derden toekomt en niet aan belanghebbende zelf, en dat de verplichtingen voortvloeien uit contractuele afspraken met gedispenseerde werkgevers. De Hoge Raad overweegt dat artikel 9a Wet IB 1964 bedoeld is om toekomstige loon- en prijsstijgingen niet eerder dan in het jaar van optreden in aanmerking te nemen bij pensioenlasten van de belastingplichtige zelf.
Daarom oordeelt de Hoge Raad dat het hof ten onrechte artikel 9a gedeeltelijk toepaste op de Kopiepot en vernietigt het arrest van het hof. De aanslag wordt verminderd tot een belastbaar bedrag van f 1.115.200.533. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en vermindert de aanslag vennootschapsbelasting tot een belastbaar bedrag van f 1.115.200.533.