ECLI:NL:HR:2006:AZ4421

Hoge Raad

Datum uitspraak
28 november 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
02561/06 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • G.J.M. Corstens
  • B.C. de Savornin Lohman
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 458 SvArt. 14g Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid herzieningsverzoek wegens onbevoegde indiener en geen einduitspraak

De zaak betreft een verzoek tot herziening van een beschikking van de Politierechter te Almelo, waarbij de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden was gelast. Het verzoek tot herziening was ingediend door een gemachtigde die niet advocaat was, hetgeen volgens de wet niet is toegestaan. Daarnaast betrof de bestreden uitspraak een beslissing op een vordering van het Openbaar Ministerie en geen einduitspraak houdende veroordeling.

De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 458, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, alleen de veroordeelde zelf of een advocaat namens hem een herzieningsverzoek kan indienen. De ingediende aanvraag door een persoon met een bijzondere volmacht voldoet hier niet aan, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is.

Voorts is de bestreden uitspraak van 8 augustus 2005 geen einduitspraak in de zin van artikel 457, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, omdat het een beslissing op een vordering van het Openbaar Ministerie betreft. Daarom kan de Hoge Raad de herziening niet ontvankelijk verklaren.

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de wettelijke eisen voor het indienen van een herzieningsverzoek en de aard van de bestreden uitspraak.

Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onbevoegde indiener en het ontbreken van een einduitspraak.

Uitspraak

28 november 2006
Strafkamer
nr. 02561/06 H
SM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een beschikking van de Politierechter in de Rechtbank te Almelo van 8 augustus 2005, nummer 08/006334-02, ingediend door J.A. Parmentier, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
De Politierechter heeft de tenuitvoerlegging gelast van de bij vonnis van de Politierechter in de Rechtbank te Almelo van 19 april 2004 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. De aanvrage is namens de veroordeelde ingediend door J.A. Parmentier, die de aanvrage ook heeft ondertekend. Bij de aanvrage is een volmacht gevoegd waarin de veroordeelde verklaart J.A. Parmentier te machtigen tot het indienen van een verzoekschrift tot herziening. Volgens de wet (art. 458, eerste lid, Sv) kan alleen de veroordeelde zelf of een namens hem optredende advocaat een herzieningsverzoek indienen. Hier is het verzoek niet door de veroordeelde zelf of door een advocaat ingediend, maar door een persoon die door de veroordeelde daartoe bij bijzondere volmacht schriftelijk is gemachtigd. Die mogelijkheid kent de wet niet, zodat de aanvrage door de Hoge Raad niet kan worden ontvangen.
3.2. De aanvrage kan evenmin worden ontvangen omdat de uitspraak van de Politierechter van 8 augustus 2005, een beslissing op de vordering van het Openbaar Ministerie als bedoeld in art. 14g Sr betreft en dus geen einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv inhoudt.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president G.J.M. Corstens als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier D.N.I. Gjaltema, en uitgesproken op 28 november 2006.