ECLI:NL:HR:2006:AZ4421
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid herzieningsverzoek wegens onbevoegde indiener en geen einduitspraak
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een beschikking van de Politierechter te Almelo, waarbij de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden was gelast. Het verzoek tot herziening was ingediend door een gemachtigde die niet advocaat was, hetgeen volgens de wet niet is toegestaan. Daarnaast betrof de bestreden uitspraak een beslissing op een vordering van het Openbaar Ministerie en geen einduitspraak houdende veroordeling.
De Hoge Raad overwoog dat op grond van artikel 458, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, alleen de veroordeelde zelf of een advocaat namens hem een herzieningsverzoek kan indienen. De ingediende aanvraag door een persoon met een bijzondere volmacht voldoet hier niet aan, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is.
Voorts is de bestreden uitspraak van 8 augustus 2005 geen einduitspraak in de zin van artikel 457, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, omdat het een beslissing op een vordering van het Openbaar Ministerie betreft. Daarom kan de Hoge Raad de herziening niet ontvankelijk verklaren.
De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en bevestigt daarmee de wettelijke eisen voor het indienen van een herzieningsverzoek en de aard van de bestreden uitspraak.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onbevoegde indiener en het ontbreken van een einduitspraak.