ECLI:NL:HR:2006:AZ2394
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Onroerendheid van zendinstallaties voor mobiele telecommunicatie volgens Wet WOZ
Belanghebbende exploiteert een netwerk van zendinstallaties voor mobiele telecommunicatie, waaronder een antennesysteem geplaatst op een hoogspanningsmast op bouwland. De gemeente Slochteren stelde de waarde van dit object vast, waarna belanghebbende bezwaar maakte en beroep instelde bij het Hof. Het Hof oordeelde dat de zendinstallatie niet als onroerend kan worden aangemerkt omdat deze niet bestemd zou zijn om duurzaam ter plaatse te blijven.
De Hoge Raad stelt vast dat het Hof een onjuiste maatstaf hanteerde door te oordelen dat maatschappelijke ontwikkelingen en de noodzaak tot verplaatsing van zendinstallaties zonder nadere motivering of kenbaarheid uit de aard en inrichting van het werk zelf beslissend zijn. De Hoge Raad benadrukt dat de duurzame bestemming moet blijken uit de aard en inrichting en de bedoeling van de bouwer die naar buiten kenbaar is.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het feit dat een werk technisch eenvoudig te verwijderen is, niet uitsluit dat het onroerend kan zijn. Ook het hekwerk, dat in de grond is verankerd, moet opnieuw worden beoordeeld op zijn duurzame vereniging met de grond. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van deze maatstaven.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor herbeoordeling.