ECLI:NL:HR:2006:AY8340
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen beslissing ex art. 22g Sr omzetting OATAN in gevangenisstraf
Betrokkene had een bezwaarschrift ingediend tegen een beslissing van de politierechter op grond van artikel 22g oud Sr waarbij een OATAN (omzetting aanhouding tot aanhouding in een gevangenisstraf) was omgezet in een gevangenisstraf. De politierechter had dit bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard omdat de wet geen rechtsgang voorziet voor een dergelijk bezwaarschrift.
Het hof had vervolgens geoordeeld dat tegen deze beslissing geen hoger beroep openstond en dat ook tegen het arrest van het hof geen cassatieberoep mogelijk was. Betrokkene stelde zich op het standpunt dat hij wel ontvankelijk moest worden verklaard in het cassatieberoep.
De Hoge Raad bevestigt dat de wet geen rechtsgang biedt voor het bezwaarschrift tegen de omzetting van OATAN in gevangenisstraf en verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. Daarmee is de beslissing van het hof definitief en kan betrokkene niet verder procederen.
Het arrest is gewezen door de vice-president Koster als voorzitter en de raadsheren de Hullu en Splinter-van Kan, en uitgesproken op 31 oktober 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het cassatieberoep tegen het arrest van het hof.