ECLI:NL:HR:2006:AY7699
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Gebruik van lift in kerktoren geen prestatie voor verlaagd omzetbelastingtarief
Belanghebbende, eigenaar en exploitant van een kerktoren met zalen en tentoonstellingsruimtes, stelde de toren open voor bezoekers zonder vergoeding, behalve voor het gebruik van een panoramalift tot een bepaalde zaal. Over de vergoeding voor het gebruik van deze lift werd omzetbelasting geheven tegen het verlaagde tarief, omdat belanghebbende dit zag als een dienst voor toegang tot recreatieve voorzieningen.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op met het algemene tarief, wat door het Hof werd bevestigd. Het Hof oordeelde dat de vergoeding voor het gebruik van de lift een zelfstandige prestatie is, losstaand van de toegang tot de toren via de trap, en daarom het algemene tarief geldt.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het cassatieberoep van belanghebbende. Het gebruik van de lift is geen onderdeel van de toegang tot een primair en permanent voor vermaak ingerichte voorziening zoals bedoeld in de Wet OB, maar een afzonderlijke dienst. De Hoge Raad vond het oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk en zag geen reden tot cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat het gebruik van de lift in de kerktoren onder het algemene tarief van de omzetbelasting valt.