ECLI:NL:HR:2006:AX9407
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens overschrijding redelijke termijn en verjaring strafvordering
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de verdachte werd veroordeeld voor mishandeling, beschadiging van eigendom en diefstal. De Hoge Raad oordeelt dat tussen 7 april 1998 en 24 oktober 2002 geen verstekmededeling is betekend terwijl de verdachte in die periode onafgebroken in de basisadministratie persoonsgegevens stond ingeschreven. Hierdoor is de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro overschreden, wat strafvermindering rechtvaardigt.
Daarnaast stelt de Hoge Raad ambtshalve vast dat gedurende zes jaren voorafgaand aan de verstekmededeling op 17 februari 2005 geen geldige vervolgingsdaad is verricht. Dit betekent dat de verjaringstermijn van artikel 70, tweede lid, oud Strafrecht is vervuld, waardoor het recht tot strafvordering voor de feiten mishandeling en beschadiging is vervallen.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest voor zover het de feiten mishandeling en beschadiging betreft, verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging daarvan en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting van de strafoplegging ten aanzien van de diefstal. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk voor mishandeling en beschadiging wegens verjaring en wijst de zaak terug voor hernieuwde strafoplegging ten aanzien van diefstal.