ECLI:NL:HR:2006:AX6256

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 juni 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
R05/110HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in geschil over echtscheiding en uitleg gedingstukken

In deze zaak verzocht de man bij de rechtbank Rotterdam om echtscheiding van tafel en bed, dan wel echtscheiding uit te spreken. De rechtbank wees de echtscheiding uit bij beschikking van 28 september 2004. De vrouw stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof te 's-Gravenhage, dat bij beschikking van 18 mei 2005 de beschikking van de rechtbank bekrachtigde en het hoger beroep verder afwees.

De vrouw stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen de beschikking van het hof. De man verzocht het cassatieberoep te verwerpen. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten in het cassatiemiddel niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. Het beroep werd derhalve verworpen.

De uitspraak betreft onder meer de uitleg van gedingstukken en de onvoorwaardelijke intrekking van een appelgrief in het kader van een familierechtelijk geschil over echtscheiding tussen voormalig echtelieden.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt de beschikking van het gerechtshof.

Uitspraak

23 juni 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/110HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. E.H.F. van 't Hoff,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E.M. Tjon-En-Fa.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij inleidend verzoekschrift gedateerd 16 februari 2004 heeft verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - zich gewend tot de rechtbank te Rotterdam en verzocht tussen hem en verzoekster tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - echtscheiding, subsidiair scheiding van tafel en bed uit te spreken.
De vrouw heeft het verzoek bestreden.
Na behandeling van de zaak ter terechtzitting van 14 september 2004, heeft de rechtbank bij beschikking van 28 september 2004 tussen partijen echtscheiding uitgesproken.
Tegen deze beschikking heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij beschikking van 18 mei 2005 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd en het in hoger beroep meer of anders verzochte afgewezen.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 23 juni 2006.