ECLI:NL:HR:2006:AX5766
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verduidelijkt reikwijdte artikel 200 Sr inzake onbruikbaar maken van bewijsmiddelen
In deze zaak stond centraal de uitleg van artikel 200 van Pro het Wetboek van Strafrecht, dat strafbaar stelt het opzettelijk vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken of wegmaken van zaken die bestemd zijn om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen. Het hof had geoordeeld dat ook het wijzigen van de situatie op de plaats van een misdrijf, waardoor sporenonderzoek wordt bemoeilijkt, hieronder valt.
De Hoge Raad oordeelde echter dat artikel 200 Sr Pro betrekking heeft op voorwerpen die aan het openbaar gezag zijn toevertrouwd of die door de overheid zijn veiliggesteld. In deze zaak was er ten tijde van de bewezenverklaarde gedragingen geen betrokkenheid van de overheid bij de betreffende voorwerpen, zodat het hof het begrip onjuist had toegepast.
De bewezenverklaring betrof het opruimen van bloedsporen en het weggooien van hulzen in een vuilnisbak door de verdachte na een schietincident. De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde beoordeling. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor het onderdeel bewezenverklaring en strafoplegging en de zaak wordt verwezen naar het hof Arnhem voor hernieuwde behandeling.