ECLI:NL:PHR:2008:BF3921
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan schulden
De zaak betreft een verzoek van betrokkene tot toelating tot de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, dat door de rechtbank Maastricht is afgewezen omdat een groot deel van de schulden niet te goeder trouw is ontstaan. Betrokkene ging hiertegen in beroep bij het hof 's-Hertogenbosch, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Het hof overwoog dat betrokkene niet te goeder trouw was, mede vanwege de ontdekking van een wietplantage in zijn woning, wat leidde tot het ontstaan van schulden.
Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting van het hof, zijn advocaat beriep zich op beroepsgeheim omtrent het niet-verschijnen. Het hof wees erop dat de nieuwe regeling voor schuldsanering per 1 januari 2008 directe werking heeft, met name artikel 288 lid 1 sub b Faillissementswet Pro. Betrokkene stelde in cassatie dat het hof onterecht het beroep had afgewezen en dat het hof hem verraste door pas tijdens de zitting de toepassing van artikel 288 lid 3 Fw Pro te betrekken.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat betrokkene niet te goeder trouw was en dat het hof niet in strijd met het procesrecht heeft gehandeld door geen aanvullend verzoekschrift toe te staan. Er is geen sprake van een ontoelaatbare verrassingsbeslissing. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens niet te goeder trouw ontstaan van schulden.