ECLI:NL:HR:2006:AV4144
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over gebruik BVD-materiaal en deelneming criminele organisatie in terrorismezaak
In deze terrorismezaak heeft de Hoge Raad op 5 september 2006 uitspraak gedaan over de verhouding tussen het onderzoek van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en het strafrechtelijk onderzoek, en de bruikbaarheid van door de BVD verzameld materiaal in een strafproces.
De zaak betreft onder meer de deelneming van verdachte aan een criminele organisatie die misdrijven zoals het vervalsen en gebruiken van valse documenten voorbereidde en terroristische aanslagen voorbereidde. Het hof had verdachte veroordeeld op basis van onder andere door de BVD verkregen tapmateriaal.
De Hoge Raad bevestigt dat het gebruik van door de BVD verzameld materiaal in het strafproces in principe is toegestaan, mits de strafrechter met behoedzaamheid de betrouwbaarheid en toetsbaarheid van dat materiaal beoordeelt. De wet voorziet niet in rechterlijke toetsing vooraf aan het optreden van de BVD, maar er is parlementaire controle en toezicht. Onregelmatigheden in het BVD-onderzoek kunnen leiden tot uitsluiting van bewijs, bijvoorbeeld bij schending van fundamentele rechten of bij doelbewust omzeilen van strafvorderlijke waarborgen.
Verder verduidelijkt de Hoge Raad dat voor deelneming aan een criminele organisatie het voldoende is dat de verdachte in algemene zin weet dat de organisatie misdrijven beoogt, zonder dat hij van elk concreet misdrijf afzonderlijk wetenschap hoeft te hebben. Het beroep in cassatie wordt verworpen omdat geen onjuiste rechtsopvattingen zijn vastgesteld en de redelijke termijn niet is overschreden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen; het hof heeft terecht geoordeeld over het gebruik van BVD-materiaal en de deelneming aan een criminele organisatie.