ECLI:NL:HR:2006:AV1580
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens verzwijging en benadeling schuldeisers
De schuldenaar had een schuldsaneringsregeling toegewezen gekregen door de rechtbank Arnhem in 2003. De bewindvoerder verzocht in 2005 de regeling te beëindigen vanwege verzwijging van aan de regeling voorafgaande handelingen die de schuldeisers benadelen. De rechtbank beëindigde daarop de regeling en benoemde een curator in het faillissement van de schuldenaar.
De schuldenaar stelde hoger beroep in tegen deze beëindiging, maar het gerechtshof Arnhem bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. Vervolgens stelde de schuldenaar beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de schuldenaar niet tot cassatie konden leiden en verwierp het beroep. De beslissing is gebaseerd op artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, waarbij geen nadere motivering vereist was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.