ECLI:NL:HR:2006:AU9377
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt medeplegen voorhanden hebben van vuurwapens bij beroving met geweld op Sint Maarten
Op 27 oktober 2003 vond op Sint Maarten een gewelddadige beroving plaats waarbij verdachte en zijn mededaders een leegstaand appartement betrokken onder het appartement van de te beroven personen. In dat appartement lagen diverse vuurwapens klaar, waaronder een lang geweer en pistolen. Toen de bewoners onverwacht terugkeerden ontstond een schietpartij waarbij meerdere personen gewond raakten en een slachtoffer overleed.
De verdachte werd in eerste aanleg en in hoger beroep veroordeeld voor medeplegen van poging tot diefstal met geweld en medeplegen van het voorhanden hebben van vuurwapens. Het cassatieberoep richtte zich onder meer tegen het oordeel over medeplegen van het voorhanden hebben van vuurwapens.
De Hoge Raad oordeelt dat uit de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van betrokkenen en proces-verbalen, voldoende blijkt dat verdachte bewust en nauw samenwerkte met zijn mededaders en medepleger was van het voorhanden hebben van de vuurwapens. Het middel faalt en het cassatieberoep wordt verworpen.
De strafrechtelijke veroordeling blijft daarmee in stand. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 28 februari 2006.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van het voorhanden hebben van vuurwapens tijdens een beroving met geweld.