ECLI:NL:HR:2006:AU7382
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing werknemersopties bij prijsgeving verval- en terugbetalingsbeding
Belanghebbende kreeg in de jaren 1996, 1997 en 1999 optierechten toegekend door zijn werkgever, die volgens het reglement onvoorwaardelijk en onmiddellijk konden worden uitgeoefend gedurende vijf jaar. Het reglement bevatte een vervalbeding en een terugbetalingsverplichting bij beëindiging van de dienstbetrekking.
In 2000 werd de dienstbetrekking op initiatief van de werkgever beëindigd, waarbij belanghebbende met de werkgever overeenkwam dat hij zijn niet uitgeoefende opties en geblokkeerde aandelen mocht behouden zonder vergoeding te betalen, afwijkend van het vervalbeding en de terugbetalingsverplichting.
Het Hof oordeelde dat dit recht niet tot een belastbaar voordeel leidde, omdat de waardering van de optierechten bij toekenning geen rekening hield met de verval- en terugbetalingsbedingen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verklaarde het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën ongegrond. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Minister van Financiën in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard; het prijsgeven van rechten uit het verval- en terugbetalingsbeding levert geen belastbaar voordeel op.