ECLI:NL:HR:2006:AT4931
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vrijstelling STRIPS in Successiewet 1956
Belanghebbenden ontvingen aanslagen in het recht van successie naar aanleiding van de verkrijging uit de nalatenschap van een overledene. De Inspecteur verklaarde het bezwaar tegen de aanslagen aanvankelijk niet-ontvankelijk, maar deed daarna een aangepaste uitspraak waarbij de aanslagen werden verminderd. Het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de Inspecteur's uitspraken en stelde de aanslagen nog verder naar beneden bij.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het oordeel van het Hof, waarbij de kernvraag was of STRIPS onder de vrijstelling van artikel 32 lid 1 onder Pro 10 van de Successiewet 1956 vallen. De Hoge Raad oordeelde dat STRIPS geen termijnen van rente zijn die voortkomen uit vermogensbestanddelen van de erflater, maar renteloze vorderingen die op termijn worden voldaan.
De conclusie van de Advocaat-Generaal en het arrest van de Hoge Raad bevestigen dat de vrijstelling niet van toepassing is op STRIPS, waardoor de aanslagen tot een verkrijging van ƒ 181.147 worden verminderd. Tevens is geoordeeld dat de mededeling van de Staatssecretaris over STRIPS in de inkomstenbelasting niet van toepassing is op de successierechten. De Hoge Raad vernietigde het oordeel van het Hof en stelde de aanslagen dienovereenkomstig vast.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en vermindert de aanslagen successierecht tot een verkrijging van ƒ 181.147.