ECLI:NL:HR:2005:AX8884
Hoge Raad
- Raadkamer
- W.J.M. Davids
- A.G. Pos
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Verlenging schorsing raadsheer wegens ernstig vermoeden van mishandeling en poging tot doodslag
Op 19 december 2005 heeft de Hoge Raad besloten tot verlenging van de schorsing van een raadsheer van het Gerechtshof te Leeuwarden. De schorsing werd verlengd op verzoek van de Procureur-Generaal vanwege een ernstig vermoeden van betrokkenheid bij mishandeling en poging tot doodslag.
Het gerechtelijk vooronderzoek was gesloten en er was een kennisgeving van verdere vervolging betekend, waarin de raadsheer werd verdacht van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en een poging tot het beroven van het leven van een persoon in Groningen in oktober 2004. De feiten betreffen onder meer het slaan, stompen, trappen, schoppen en wurgen van het slachtoffer.
De raadsman van de betrokkene heeft aangegeven dat de betrokkene zich wenst te beroepen op het oordeel van de Hoge Raad en niet in raadkamer zal verschijnen. De Hoge Raad oordeelde dat het ernstig vermoeden voldoende is om de schorsing te verlengen voor de maximaal toegestane termijn van drie maanden.
De beslissing werd genomen door de vierde kamer van de Hoge Raad, onder voorzitterschap van president W.J.M. Davids, en werd in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad verlengt de schorsing van de raadsheer met drie maanden wegens een ernstig vermoeden van mishandeling en poging tot doodslag.