ECLI:NL:HR:2005:AU7869
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ongegrondverklaring beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 1993
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1993 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 663.815. Na bezwaar werd deze aanslag gehandhaafd door de Inspecteur. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in met dertien middelen. De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in. Beide partijen lichtten hun standpunten toe via hun advocaten.
De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Het arrest werd gewezen door de vice-president van der Putt-Lauwers als voorzitter, met de raadsheren Bavinck en van den Berge, en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2005.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.