ECLI:NL:GHAMS:2002:AE9140
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Ballegooijen
- Den Boer
- Faase
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke woonplaats en inkomsten uit aandelen bij internationaal vermogen
Belanghebbende, met dubbele nationaliteit en werkzaam als directeur van een Londens bedrijf, had zowel in Nederland als het Verenigd Koninkrijk duurzame woonplaatsen. Het hof concludeert dat het middelpunt van zijn levensbelangen in Nederland lag, mede vanwege zijn gezin en woning in Amsterdam.
De inspecteur stelde dat belanghebbende als aandeelhouder van G moest worden aangemerkt, ondanks dat de aandelen op naam van een Liechtensteinse stichting stonden. Het hof oordeelt dat belanghebbende feitelijk de economische belangen en beschikkingsmacht over het vermogen behield, waardoor hij als aandeelhouder moet worden gezien.
Verder stelde de inspecteur dat belanghebbende aanzienlijke voordelen uit zijn aandelenbezit niet had aangegeven. Het hof acht deze stellingen aannemelijk en verklaart het beroep ongegrond. De omkering van de bewijslast wegens het niet doen van de vereiste aangifte is toegepast. De heffingsrente is eveneens terecht in rekening gebracht.
De uitspraak bevestigt dat de woonplaats voor belastingdoeleinden wordt bepaald door het centrum van levensbelangen en dat economische en persoonlijke betrekkingen in hun geheel moeten worden meegewogen. Ook wordt benadrukt dat formele eigendom van vermogen niet doorslaggevend is als feitelijke beschikkingsmacht bij een ander ligt.
Het hof wijst het beroep af en veroordeelt geen partij in proceskosten, en geeft aan dat tegen deze uitspraak cassatie kan worden ingesteld bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende in Nederland woonde en inkomsten uit aandelenbezit niet correct heeft aangegeven.