ECLI:NL:HR:2005:AU7497

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R05/028HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROFaillissementswet 288Wet op de rechterlijke organisatie 81
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstaan van schuld

Verzoekster heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af na behandeling en het horen van verzoekster. Hiertegen stelde verzoekster hoger beroep in bij het gerechtshof, dat het vonnis van de rechtbank bekrachtigde. Vervolgens richtte verzoekster zich tot de Hoge Raad met een cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

Daarmee heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd, waarmee het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling definitief is afgewezen wegens het niet te goeder trouw ontstaan van de schuld.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

16 december 2005
Eerste Kamer
Rek.nr. R05/028HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J.I. van Vlijmen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 22 juli 2004 ter griffie van de rechtbank te 's-Gravenhage ingekomen verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: [verzoekster] - zich gewend tot die rechtbank en verzocht ten aanzien van haar de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
Na behandeling van het verzoek op 25 oktober 2004, waarbij [verzoekster] is gehoord, heeft de rechtbank bij vonnis van dezelfde datum het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft [verzoekster] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Bij arrest van 17 februari 2005 heeft het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, J.C. van Oven en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 16 december 2005.