ECLI:NL:HR:2005:AU7356
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.A. Streefkerk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering melkquotum zonder rekening te houden met badwill in Successiewet
Belanghebbenden ontvingen aanslagen in het recht van successie naar aanleiding van de verkrijging uit de nalatenschap van hun overleden familielid. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd het beroep ongegrond verklaard. In cassatie stelden belanghebbenden dat de waarde van het melkquotum lager moest worden vastgesteld dan de economische waarde vanwege de lage rentabiliteit (badwill) van het landbouwbedrijf.
De Hoge Raad overwoog dat de wetgever bij de invoering van artikel 21 van Pro de Successiewet 1956 heeft beoogd goodwill buiten beschouwing te laten bij de waardering, en dat deze bedoeling ook gold voor badwill of onderrentabiliteit. De tekst van de wet tot 1 januari 2002 laat een uitlegging toe waarbij badwill niet in aanmerking wordt genomen.
Het middel dat het Hof het recht zou hebben geschonden door geen lagere waardering toe te passen faalt daarom. Ook andere middelen leiden niet tot cassatie. De Hoge Raad verklaart het beroep ongegrond en veroordeelt belanghebbenden niet in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat bij de waardering van het melkquotum geen rekening wordt gehouden met badwill.